Waarover afstemmen
Bij afstemming tussen de vakken wordt van docenten gevraagd om buiten het eigen vakgebied te kijken. Maar waar maak je afspraken over met collega's? Een inventarisatie van rekeninhouden in de verschillende vakken kan hierbij uitkomst bieden.

Afstemmen kan alleen als bekend is wie, wat, wanneer doet. Hierbij kan een (systematische) inventarisatie uitkomst bieden, bijvoorbeeld met behulp van het plannings- en inventarisatie-instrument.
Een docent die meewerkt aan het inventariseren van rekeninhouden in het eigen vak zal zich vaak bewuster worden van de plaats die rekenen inneemt en meer mogelijkheden ( of zelfs noodzaak) zien voor afstemming met andere vakken.
Er kan uiteraard gekozen worden voor een behapbare (kleine) inventarisatie op één onderwerp, bijvoorbeeld grafieken en diagrammen en het gebruik in de verschillende vakken.

Een inventarisatie biedt inzicht in de mogelijkheden voor afstemmen. We bekijken vier invalshoeken voor afstemming:

  • Afstemmen op planning: Hier draait het om het beantwoorden van de vraag 'wie doet wat en wanneer?'
    Niet alle inhouden voor de rekentoets komen (voldoende) aan bod in één schoolvak. Het ene vak doet meer aan procentrekenen (bijvoorbeeld economie), het andere vak meer aan schaalrekening (bijvoorbeeld aardrijkskunde). Het aanbod kan verschillen in de tijd, bijvoorbeeld wiskunde behandelt schaalrekening vaak later dan aardrijkskunde. Er kan een concentratie van aanbod in de tijd plaatsvinden, bijvoorbeeld alle vakken beginnen in het tweede leerjaar met procentrekening, waardoor onderhoud van deze vaardigheid in leerjaar één weinig plaatsvindt.
  • Afstemmen op didactiek: Hier draait het om het beantwoorden van de vragen 'hoe pakken we een vraag aan?' en welke taal en notaties gebruiken we hierbij?
    Niet elke docent hanteert dezelfde rekenstrategie of gebruikt daarbij dezelfde taal en notaties, waardoor leerlingen moeite kunnen hebben met het zien van verbanden tussen wat ze bij het ene vak doen en wat bij een ander.

    Afstemmen op didactiek kan onafhankelijk van afstemmen op planning.  Kennis van de aanwezige rekeninhouden in het eigen vak en kennis van rekendidactiek zijn wel een belangrijke voorwaarde voor succes. Onder de ondersteunende materialen voor afstemming staan verschillende documenten over rekendidactiek, taal, notaties en het gebruik van rekenstrategieën.
    Meer informatie over rekenen in de verschillende vakken staat hier.
  • Afstemmen op niveau: hier draait het om het beantwoorden van de vraag 'welk referentieniveau hanteren we?'
    Een rekeninhoud, die in meerdere vakken voorkomt, hoeft niet op hetzelfde (referentie)niveau aangeboden worden. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van grote getallen: alleen berekeningen met miljoenen en miljarden (niveau 2F) of met de wetenschappelijke notatie (niveau 2S). Niveauverschillen zijn meestal onvermijdelijk om de doelen van een vak te bereiken. Inzicht in de bestaande niveauverschillen kan input leveren voor afstemming op planning (aanbodopbouw 1F-2F-3F) en afstemming op didactiek (opbouw strategie van concreet naar formeel).
    Het plannings- en inventarisatie-instrument brengt niveauverschillen aan het licht.
  • Afstemmen op beoordeling: Uiteraard kunnen afspraken gemaakt worden over het beoordelen van rekenfouten (hoe zwaar telt het  mee, wat is wel of niet goed). In de RekenTrajectScan is feedback op rekenfouten aan leerlingen één van de aandachtspunten waarop een team keuzen kan maken. We bespreken het daarom hier niet verder.

Met elkaar afstemmen betekent niet dat alles gelijkgeschakeld moet worden. Er kunnen goede redenen zijn niveau- en/of didactische rekenverschillen tussen vakken in stand te houden. In sommige vakken komen nu eenmaal moeilijker getallen voor, worden eigen notaties gehanteerd of staan bepaalde rekenstrategieën uitgelegd in het lesboek  Streven naar een vloeiende leerlijn is mooi, maar bewustwording bij leerlingen én leraren is een goede eerste stap.  Wel kan het expliciet benoemen van verbanden het rekenonderwijs versterken. In de les naar elkaar verwijzen - we doen hier hetzelfde, maar schrijven het anders op – maakt leerlingen ervan bewust dat rekenen overal om ons heen is en in verschillende vakken terugkomt.

Een studiemiddag op school kan een mooi startpunt zijn voor onderlinge afstemming (zie hier).